médecine familiale North scottsdale http://pilulesfrance.com/antispasmodique/doliprane-pas-cher/ programme díAustin alcoolisme et líabus

Colum van Thijs Zonneveld in AD

Geschreven door Ido Hoeijmakers op vrijdag 23 mei 2014

http://www.ad.nl/ad/nl/5598/Sportcolumnisten/article/detail/3660224/2014/05/23/De-herinnering-aan-die-ambulance-in-Metz-vervaagt-langzaam.dhtml 

Zijn iele lichaampje lag gedrapeerd over een brancard. Zijn gezicht was zo grijs als het wolkendek boven Emmeloord. Over zijn wangen liepen tranen en in zijn ogen was angst te lezen. Hij kreunde nog een keer. En daarna gingen de deuren van de ambulance dicht.

 

Met loeiende sirenes verdween Wout Poels uit de Tour de France.

 

Zeshonderdzesentachtig dagen geleden is het, maar het beeld van Wout op een ambulance-brancard staat nog altijd op mijn netvlies gebrand. Zelden heeft één scène me zo diep geraakt. Het was zó zielig hoe hij daar lag. Bambi zonder moeder, maar dan een miljoen keer erger.

 

Het was alsof mijn kleine broertje daar lag. Dat komt omdat mijn eigen broertje ook Wout heet, maar vooral omdat Wout (ik moet me inhouden om geen Woutje te schrijven) destijds het kleine broertje was van het halve peloton. Toen hij begon te fietsen was hij zo jong, zo dun, zo lief, zo bleu en sprak hij met een g zo zacht als de cavia van zijn buurmeisje.

 

Bij zijn eerste ploegje - met de welluidende naam Fondas P3 Transfer - reed hij met zijn grote broer (Norbert) in de ploeg, maar de rest van zijn ploegmaten was óók zijn grote broer. Ik was erbij toen hij het in een kleine etappekoers in Spanje aan de stok kreeg met een stel doorgesnoven Portugezen. Ze waren boos dat het kleine dunne jochie ze bij elke bergsprint te kakken zette. Na de finish van een van de laatste etappes liep het uit de hand. Een van de Portugezen trok zijn achterwiel uit zijn fiets en ging Woutje te lijf, zwaaiend met het wiel. Maar voordat hij Wout kon raken had hij zelf een ros voor zijn kanis te pakken: ploeggenoot Reinier Honig was tussenbeide gesprongen. Want van Woutje blijf je met je tengels af.

 

Wat ook meespeelde: hij was belachelijk goed. Iedereen in zijn omgeving wist: op dit jongetje moeten we zuinig zijn. Als de weg omhoog liep begon hij als vanzelf te fladderen; als broekie versloeg hij al klimmers van naam en faam. Niets stond hem in de weg om wedstrijden te winnen waar de meeste renners alleen maar van kunnen dromen.

 

Tot die ene val, zeshonderdzesentachtig dagen geleden.

 

Zijn lichaam en zijn carrière lagen aan diggelen. Zijn ribbenkast was veranderd in een IKEA-bouwpakket waarvan de handleiding kwijt was, zijn nier en zijn milt waren gescheurd. Het was niet langer de vraag wat hij allemaal zou winnen, maar óf hij ooit nog zou fietsen.

 

De val heeft hem uiteindelijk anderhalf jaar gekost. Van een ziekenhuisbed naar zijn eigen bed, van zijn eigen bed naar de bank, van de bank naar een halfuurtje fietsen - en uitgeput thuiskomen. Toen hij weer terug was in het peloton moest hij het doen met een niveau dat (vaak) niet het zijne was en met de twijfel of het ooit allemaal nog goed zou komen.

 

Het ís goedgekomen. Hij rijdt nog altijd te vaak van achteren in het peloton omdat hij schrik heeft voor het gedrang, maar met zijn lichaam is niets mis meer. In het voorjaar won hij al een etappe in de Ronde van het Baskenland, en in deze Giro staat hij halverwege achtste in het klassement. Hij klimt met de besten en gisteren reed hij een tijdrit om een puntje aan te zuigen. De herinnering aan de ambulance in Metz vervaagt langzaam, maar zeker.

 

Als het geluid van loeiende sirenes in de verte.

 

Bron AD.nl 

Plaats een reactie

U plaatst een reactie als gast U kunt hieronder inloggen